Wetsvoorstel adolescentenstrafrecht

Rotterdam, 21-03-2014

Op 26 november 2013 heeft de Eerste Kamer der Staten-Generaal ingestemd met het wetsvoorstel adolescentenstrafrecht, dat op 1 april 2014 in werking zal treden. Hierdoor wordt het mogelijk om een sanctie uit het volwassen strafrecht toe te passen bij een minderjarige en een sanctie uit het pedagogische sanctiepakket van het jeugdstrafrecht bij een jongvolwassene. Dit betekent een flexibelere aanpak van de 18-minners en de 18-plussers, waardoor de biologische leeftijd in relevantie zal afnemen en de ontwikkelingsleeftijd in relevantie zal toenemen.

Het doel van het adolescentenstrafrecht is een effectieve aanpak van strafbaar gedrag van jongeren en jongvolwassenen van 16 tot 23 jaar, omdat deze leeftijdsgroep een groot aandeel heeft in de criminaliteit. Voor een verkleining van de kans op recidive dient meer rekening te worden gehouden met de ontwikkeling van adolescenten. Dit moet de veiligheid in de samenleving vergroten en de betrokken jongeren en jongvolwassenen weer perspectief bieden.

De grootste wijzigingen binnen het strafrecht zullen de volgende zijn:

–         De PIJ-maatregel  (= jeugd TBS) kan, op vordering van het OM of ambtshalve, indien deze tot 7 jaar verlengd is, worden omgezet naar een maatregel van TBS;

–         De criteria voor de maatregel van TBS worden: de veiligheid van anderen of algemene veiligheid van goederen of personen;

–         De criteria voor de PIJ-maatregel worden: een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling;

–         Geen HALT-afdoening meer voor de 18-plusser; een oproep op het parket van de officier van justitie kan wel;

–         De Wet Beperking Taakstraffen is toepasselijk op ernstige delicten, te weten de zes jaar-feiten, en indien sprake is van een ‘ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit’;

–         Vanaf 16 jaar bestaat de mogelijkheid van volwassen reclassering en tot 23 jaar bestaat de mogelijkheid van jeugdreclassering;

–         Bij de Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) bestaat de mogelijkheid van een time-out voor maximaal vier weken in een Justitiële Jeugdinrichting;

–         Het volgen van onderwijs kan als bijzondere voorwaarde worden opgenomen.

-

Trix Maandag Renée Boonstra in Strafrecht.