Toepassing Wet Werk en Zekerheid (WWZ): onredelijk?

Rotterdam, 02-11-2015

In een uitspraak van 15 oktober 2015 heeft de kantonrechter in Rotterdam geoordeeld dat de toepassing van (het overgangsrecht van) de Wet Werk en Zekerheid tot een onaanvaardbare uitkomst zou leiden. In het overgangsrecht is bepaald, dat een werknemer niet voor een transitievergoeding in aanmerking komt wanneer er een collectieve afspraak is. Denk bijvoorbeeld aan een wachtgeldregeling of suppletieregeling uit een cao of sociaal plan.

In dit geval viel de werknemer onder de werkingssfeer van de CAO Woondiensten. In die cao was een (zeer karige) aanvullingsregeling opgenomen. Op grond van die aanvullingsregeling zou werknemer recht hebben op een bedrag van ongeveer € 600,–. De transitievergoeding zou ongeveer een bedrag van € 7.000,– opleveren. De kantonrechter oordeelde, dat dit grote verschil ten nadele van de werknemer “naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was”. De kantonrechter oordeelde, dat werknemer recht heeft op de transitievergoeding van ongeveer € 7.000,– bruto. Wilt u de uitspraak van de Kantonrechter in Rotterdam inzien: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2015:7335

Twijfelt u ook over de juiste toepassing van de Wet Werk en Zekerheid, of heeft u een andere arbeidsrechtelijke vraag, aarzel niet contact met ons op te nemen.

Rotterdam, 2 november 2015

-

Joop Nijhuis in Arbeidsrecht.