Wet aanpak schijnconstructies en afschaffing VAR

Rotterdam, 05-10-2015

De introductie van de Wet aanpak schijnconstructies heeft iets minder publiciteit gekregen dan de introductie van de Wet werk en zekerheid. Toch zorgt ook deze Wet aanpak schijnconstructies voor enkele belangrijke wijzigingen, die vooral voor ondernemers in de (tuin)bouw en het transport van belang zullen zijn. Het doel van deze wet is onder andere het verbeteren van de rechtspositie van werknemers die in schijnconstructies werkzaam zijn. Denk bijvoorbeeld aan de Oost-Europeanen die als uitzendkracht werkzaam zijn in de tuinbouw.

Wanneer er een keten is van opdrachtrelaties of aanneming van werk, waarbij onderin de keten een werkgever-werknemer relatie bestaat, kunnen de opdrachtgevers of aannemers hogerop in de keten worden aangesproken voor het loon van de werknemers. De wetgever heeft hierbij wel als uitgangspunt genomen, dat telkens allereerst de eerstvolgende opdrachtgever hogerop in de keten wordt aangesproken. Voor opdrachtgevers (in een keten) is dit belangrijke wetgeving waar zij hun processen en hun wijze van contracteren met opdrachtnemers op zullen moeten aanpassen. De wetgever geeft de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat een opdrachtgever in de gegeven omstandigheden niets verweten kan worden, maar om dat met succes te kunnen stellen zal de opdrachtgever moeten laten zien dat hij redelijkerwijs alles heeft gedaan om onderbetaling lager in de keten te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het werken met een certificaat of een keurmerk, een zorgvuldig aanbestedingsproces en ook door in de contracten duidelijke bepalingen op te nemen waarin de opdrachtnemer verplicht wordt alle wettelijke verplichtingen ten aanzien van zijn werknemers na te leven.

Wel blijkt regelmatig het misverstand te bestaan, dat deze Wet aanpak schijnconstructies ook ziet op de inleen van zzp’ers. Dit is niet juist. De inzet van zzp’ers is uitgezonderd van de toepasselijkheid van de Wet aanpak schijnconstructies. Ondernemingen die zzp’ers inhuren krijgen wel te maken met de afschaffing van de VAR (Verklaring arbeidsrelatie). In 2015 geldt een overgangsregeling op grond waarvan nog een bestaande VAR geldig blijft. Als de zzp’er nog geen VAR heeft, kan hij een nieuwe VAR aanvragen voor het kalenderjaar 2015. Het streven van de wetgever is nog altijd dat er per 1 januari 2016 een nieuw regime zal gelden waarbij niet langer een VAR wordt afgegeven door de Belastingdienst. Het wetsvoorstel is al aangenomen door de Tweede Kamer en is nu in behandeling door de Eerste Kamer. Het voorstel luidt, dat in plaats van de VAR de Belastingdienst op haar website modelovereenkomsten zal gaan publiceren. Indien deze modelovereenkomsten door ondernemers voor de inleen van zelfstandigen worden gebruikt en ook feitelijk van toepassing zijn op de situatie, hoeft de ondernemer (opdrachtgever) geen loonheffingen in te houden. Dat betekent wel, dat de zelfstandige niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA).

Wilt u meer weten over de nieuwe wetgeving ter voorkoming van schijnconstructies en de regelgeving rondom de inhuur van zzp’ers, aarzel niet om contact op te nemen.

-

Bernard Bongaards in Arbeidsrecht.