Hennepteelt en gedoogbeleid coffeeshops: de achterdeurproblematiek

Rotterdam, 18-11-2014

Het is een feit van algemene bekendheid, dat het gehanteerde coffeeshopbeleid in Nederland vreemde trekken vertoont. Aan de ene kant is de verkoop van cannabisproducten vanuit een coffeeshop met een gedoogvergunning, onder voorwaarden, toegestaan. Aan de andere kant is het telen, bereiden, bewerken, verwerken, vervaardigen, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep strafbaar. Maar hoe komt een gedoogde coffeeshop dan aan zijn verkoopwaar?

Het gedoogbeleid houdt in, dat voor hennep (cannabis) speciale verkooppunten (coffeeshops) in het leven zijn geroepen en worden gedoogd. Hiermee wil de overheid voorkomen, dat de cannabisgebruiker in aanraking komt met drugs met een groter gezondheidsrisico (harddrugs).

Aangezien in Nederland sprake is van een beleid, waarbinnen de verkoop van softdrugs in gedoogde coffeeshops door de overheid wordt gedoogd, impliceert dit ook dat de coffeeshops bevoorraad moeten worden en hennep dus ook geteeld wordt. Hierover laat het beleid zich niet uit, waardoor het telen in Nederland nog steeds strafbaar is.

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 oktober 2014 uitspraak gedaan over de hennepteelt om de gedoogde coffeeshops te bevoorraden. De rechtbank heeft aangegeven, dat de hennepteelt een strafbaar feit oplevert volgens de Opiumwet. Het Nederlandse gedoogbeleid over de verkoop van softdrugs in coffeeshops maakt dit niet anders. De rechtbank is daarnaast wel van mening, dat belangrijk is dat het gedoogbeleid niets heeft geregeld over de bevoorrading van deze gedoogde coffeeshops, ondanks dat het vanzelf spreekt dat de coffeeshops bevoorraad moeten worden. De rechtbank heeft in deze zaak dan ook geoordeeld, dat de henneptelers schuldig zijn aan een strafbaar feit, maar dat aan hen geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Hierbij werd door de rechtbank wel van groot belang geacht, dat de henneptelers altijd openheid van zaken hebben gegeven over het feit dat zij zich bezig hielden met de hennepteelt, de elektriciteit op een verantwoorde en veilige manier hebben afgenomen en de rekeningen hebben betaald, er geen sprake was van brandgevaar of overlast, de telers de inkomsten hebben bijgehouden en het inkomen hebben opgegeven bij de Belastingdienst en de telers de hennep uitsluitend hebben afgeleverd en afleveren aan gedoogde coffeeshops.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, kunt u contact met ons opnemen.

Link naar de uitspraak

 

-

Renée Boonstra in Strafrecht.