Wetsvoorstel hervorming flexibele arbeid

Rotterdam, 13-02-2014

De toename van het aantal flexibele arbeidskrachten heeft geleid tot een voorstel tot wijziging van de wetgeving. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer. Aangezien het de wens van het kabinet is de wijzigingen ten aanzien van flexibele arbeidsrelaties (bepaalde tijd contracten en oproepovereenkomsten) al per 1 juli 2014 in werking te laten treden, is het goed alvast na te denken over de gevolgen. Hieronder worden in vereenvoudigde weergave de 6 belangrijkste punten op een rij gezet.

1.
De huidige regeling maakt het mogelijk om 3 bepaalde tijd contracten in een periode van 3 jaar aan te gaan en na een onderbreking van méér dan 3 maanden begint een nieuwe keten (3-3-3). Op basis van het nieuwe wetsvoorstel wordt dit maximaal 3 bepaalde tijd contracten in maximaal 2 jaar en pas na een onderbreking van méér dan 6 maanden start de keten opnieuw (3-2-6). Bij cao kan van de maximale duur en van het aantal contracten worden afgeweken, de onderbreking van meer dan 6 maanden kan niet bij cao worden weggecontracteerd.

2. Proeftijd
Een proeftijd is niet langer toegestaan bij een bepaalde tijd contract van een half jaar of korter.

3. Concurrentiebeding
Een concurrentiebeding is in principe verboden bij bepaalde tijd contracten. Alleen wanneer de werkgever zwaarwegende bedrijfsbelangen kan aantonen en dat ook gemotiveerd doet in de arbeidsovereenkomst, mag nog een concurrentiebeding in een bepaalde tijd contract worden opgenomen.

4. Uitzendovereenkomst
Het uitzendbeding (waarbij de arbeidsovereenkomst eindigt als ook de ter beschikkingstelling naar de inlener eindigt) mag voor 26 weken overeengekomen worden, of op grond van een cao voor maximaal 78 weken.

5. Oproepcontracten
De mogelijkheid om het recht op loon uit te sluiten (artikel 7:628a BW) is en blijft 26 weken op basis van de wet. De mogelijkheid bij cao gedurende langere tijd de loonverplichting uit te sluiten, wordt beperkt tot maximaal 78 weken.

6. Aanzegtermijn
De regering stelt voor, dat bij bepaalde tijdcontracten die langer dan 6 maanden hebben geduurd een wettelijke aanzegtermijn van 1 maand zal gelden. Dit betekent dat uiterlijk 1 maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst de werknemer schriftelijk geïnformeerd moet worden over het al dan niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. De sanctie op het overtreden hiervan is het betalen van een maandsalaris (als in het geheel niet is aangezegd, of bij te late aanzegging naar rato).

7. Overgangsrecht
Bepalingen die zien op de versterking van de positie van flexwerkers zijn beoogd in werking te treden op 1 juli 2014. Arbeidsovereenkomsten die vóór 1 juli 2014 zijn aangegaan vallen nog onder het huidige recht. Arbeidsovereenkomsten die worden aangegaan ná 1 juli 2014 vallen onder het nieuwe recht. Uitzondering hierop is als er op dat moment een cao van toepassing is die nog verder doorloopt. In dat geval mogen de bepalingen uit die cao nog worden toegepast tot het einde van de looptijd van de cao, of in ieder geval uiterlijk 31 december 2015. De aanzegtermijn van 1 maand geldt niet voor arbeidsovereenkomsten die al binnen 1 maand na de inwerkingtreding van deze wet eindigen.

Neem contact op met Bernard Bongaards indien u vragen hebt over het wetsvoorstel hervorming flexibele arbeid en de gevolgen hiervan voor uw onderneming.

-

Bernard Bongaards in Arbeidsrecht.